Laatst sprak met een man wiens vriendin
zeer gelovig te noemen is. Hij volgt haar braaf in het geloof, zoals
een partner dat volgens haar ook dient te doen.
Als overtuigt atheïst hebben we dan
ook leuke gesprekken waarin argumenten als in een soort strategisch
spel bedachtzaam naar voren worden geschoven, zonder respectloos te
zijn naar elkaar.
Deze keer maakte ik het `m wat
moeilijker. Na een schijnaanval viel ik pardoes zijn flank aan.

“Als ik een een kind zie dat huilt,
dan troost ik het.”
-”Ja dat doe ik ook.” zei
hij.
“Als ik iemand zie die honger heeft,
dan deel ik mijn voedsel.”
-”Ja dat doe ik ook.”
beaamde hij.
“Als ik iemand zie die dorst heeft,
dan geef ik hem te drinken.”
-”Absoluut!” antwoordde hij.
-”Als ik iemand in nood zie, dan zal
ik proberen te helpen.”
-”Ook ik zal mijn best doen.”
zo verzekerde hij.
“Als ik een zwerver zie die zit te
bedelen, dan geef ik altijd iets.”
-”Een gelovige zal ook delen.”
lachte hij.

“Ah, mag ik daar dan een conclusie
uittrekken? Dat ìk als atheïst dat vanuit mijn hart doe, terwijl
jullie gelovigen daar een geschreven handleiding voor nodig hebben?
Het komt er dus op neer dat jullie puur vanuit je ratio een religie
volgen, omdat jullie je hart niet weten te bereiken.”

Hij keek me even verward aan. Daarna
kwam er een onderdrukte glimlach op zijn gezicht.
Nu kwam mijn tactische flankaanval aan
de beurt.
“Verklaar mij eens het volgende
a.u.b.; Volgens de geschriften is alles door god geschapen.
De Aarde, haar voedselbronnen, het
water, haar brandstoffen, en materialen voor onderdak.
Maar waarom betalen jullie gelovigen
dan belasting daarover? Staat er ergens geschreven dat dat moet?”
Volgens mij nergens…in geen enkel
geschrift van welk geloof dan ook.
Het zou voor mij belasting technisch
gezien beter zijn om een gelovige te worden.

Gekscherend voegde ik er aan toe: “God
schenkt onvoorwaardelijke liefde toch? Misschien zijn de mensen
vergeten haar daar voor te betalen? En hebben we daarom oorlogen op
Aarde. Maar ik kan jullie redden hoor. Doneer daarom allemaal massaal
op postbus GOD (mijn rekeningnummer uiteraard).

-”Deze argumenten zal ik eens mijn
vriendin voordragen.”
lachte hij.