Vroeger in mijn
jeugdjaren zag je wel eens een bedelaar. Meestal was dat een man op
leeftijd met een baard waar wat grijze haren woest krullend zijn
gelaten gezicht verborg. Echter het was geen
alledaags beeld.
De laatste jaren,
maar vooral de laatste maanden, word ik regelmatig aangeklampt door
een man die mij om geld vraagt.
Van nature uit ben
ik iemand die alles en iedereen geluk, gezondheid en liefde gunt
zolang het niet ten koste gaat van een ander.

In Nijmegen werden
Irma en ik op een zonnige dag aangesproken door een jonge man. We
schatten hem tussen de 25-30 jaar. “Excuseer mij. Maar heeft u
misschien een kleinigheid over voor een dakloze?” We keken ietwat
verbaast, omdat hij niet aan het prototype beeld van een zwerver
deed.
Hij zag er redelijk
netjes uit, was geschoren, stonk niet, en kon op een zeer
fatsoenlijke wijze communiceren. “Ja, weet u, ik mag niet zomaar
gaan bedelen. Dat is in Nederland verboden. Daarom spreek ik mensen
op deze manier aan. Ik moet iedere nacht ongeveer € 4,- betalen
voor een overnachting.”
We raakten wat in
gesprek met hem. Hij vertelde graag over zijn leven, en het bleek een
zoveelste pechvogel van de regels der overheid te zijn. U denkt nu
als lezer; ‘Dat zal mij nooit overkomen, maar vergis u niet daarin.
Soms zijn vele factoren van onmacht een onafwendbaar lot, waar de
overheid graag haar bezegeling geeft.
Ik keek in mijn
portemonnee, haalde al mijn muntgeld eruit, en gaf het aan hem.
“Helaas geen € 4,-, maar in ieder geval meer dan de helft voor
wat je nodig hebt.”
Hij was er zeer blij
mij. We wensten elkaar een mooie dag toe, en gingen verder.
We leven nu eenmaal
in een tijd van ‘pinnen’. Dat heeft zijn voordelen, maar helaas ook
zijn nadelen. En zwervers hebben nu eenmaal geen pinautomaat op zak.

Ik besloot eens wat
informatie op te snorren over bedelen.
In Nederland was
bedelen tot 2000 nog strafbaar! Daarna is deze wet uit het wetboek
geschrapt.
Echter…indien een
gemeente een APV heeft (Algemene Plaatselijke Verordening) dan is het
wèl strafbaar. Dit verschilt van gemeente per gemeente.
In zowel Canada als
de V.S. is er onderzoek gedaan bij zwervers. Uit dit onderzoek kwam
naar voren dat helaas ruim 30% van het bijeen gebedelde geld werd
gespendeerd aan alcohol/ drugs/ en tabakswaren.
Dit blijkt ook in
veel gevallen in de samenleving als excuus gebruikt te worden om
juist niets te geven. Maar wie denkt de samenleving te zijn om daar
over te (kunnen) oordelen?

Dan komt bij mij het
volgende dilemma om de hoek kijken;
Ga ik nog geld geven
in de toekomst? Of haal ik wat aan voedsel, als ik toch wat
boodschappen moet doen en geef dat aan de dakloze?
Maar, is dat wel
correct? Behoor je dat niet te vragen aan je medemens? Immers wij
zijn allen gelijk , en op deze manier bepaal jij wat voor de ander
goed is.
Laatst liep ik
bijvoorbeeld de supermarkt in, en daar stond een dakloze met de
welbekende krantjes in de ‘aanbieding’ voor € 1,50. Ik lees die
dingen niet. Ik kies graag zelf uit wat ik wil lezen.
In de supermarkt
besloot ik voor hem een blikje drinken mee te nemen, want ja, hij
staat daar ook maar dorst te lijden toch?
Buiten bood ik het
aan. Hij schudde nee, maar wilde wel geld hebben.

Later op de dag (ja
deze oliebol was wat vergeten mee te nemen) liep ik weer naar binnen.
Wat verbaasde mij?
Meneer telde zijn opgehaalde centjes bij elkaar, liep naar binnen, en
haalde er zware shag met een blik bier van.
Ok, natuurlijk is
dit maar een enkel geval op zich, en mag je nooit zo over het grote
geheel gaan denken, maar toch gaf het mij een vreemd gevoel. Begrijpt
u wat ik bedoel? Wie ben ik om te oordelen? Niemand.
Toch begint het
bijna een bekend straatbeeld te worden in Nijmegen. Bij vrijwel
iedere grote supermarkt of ingang van een winkelpassage staat er wel
iemand te bedelen.
Soms irriteert me
dat. Op de manier waarop ze het doen. Als mensen mij agressief
benaderen, dan kan ik niet altijd vriendelijk terug doen.
Het plastic bakje
met werd me haast tegen de neus geduwd door een man die Arabisch
sprak.
Ik schudde ‘nee’ met
mijn hoofd, omdat ik ook echt geen kleingeld meer bezat. Dat had ik
namelijk net aan zijn ‘collega’ een straat verderop gegeven. Zijn
blik was op z’n minst nors te noemen, en wat hij daarop zei klonk
niet vrolijk. Het voelde agressief aan, zijn woorden drongen mijn
aura binnen met een negativiteit waar de honden geen brood van
lusten.
“Rot op klootzak.”
zei ik op luidde toon. Mijn adrenaline peil schoot ver voorbij het
maximale. Nog één woord van die lul, en ik was in staat om hem
tegen de lantaarnpaal te pletten.
Kennelijk begreep ie
het maar al te goed en draaide zich om.
Flap, weg was mijn
naastenliefde voor de medemens. Binnen een seconde. Nu ja, dat wil
zeggen voor dit medemens.
En toch…nu ik er
zo over schrijf…denk ik…ik faalde. Ik had er boven moeten staan,
en door moeten lopen.
Beiden hebben we er
hopelijk van geleerd.

Tot slot kan ik
begrijpen dat ik als man, heel anders tegen dit soort situaties aan
kijk, dan een vrouw.
Vrouwen, kinderen en
jeugdigen moeten zich wel degelijk bedreigt voelen door de
agressievere bedelaars.

Wellicht had de
overheid er beter aan gedaan deze wet niet te schrappen?