Thuis ben ik vaak
stil. Lig dan in een luie ligstoel en luister naar het tikken van de
klok. Behalve het tikken van oma’s klok hoor ik nog twee
verschillende frequenties tegelijkertijd in mijn oor, die samen een
prachtig rustgevend geheel vormen. Vrijwel de hele dag door hoor ik
deze frequentie, ongeacht hoe gehorig de omgeving is.
Voor buitenstaanders
zal dit gegeven best vreemd overkomen, maar ik ben gelukkig met deze
frequentie.
Neen, ik ben niet
schizofreen, of hoor nare stemmen mij boosaardige opdrachten geven.
Helaas, die lol gun ik u niet.
Maar daar wil ik het
nu even niet over hebben. Wel over hoe mooi antwoorden in dromen
kunnen komen of zijn.

In diezelfde stoel
dacht ik na of de toekomst vast staat, of juist niet. Na enige tijd
dommelde ik weg, en toen kreeg ik het antwoord;
Ik begaf me op weg
naar een grot. De ingang was donker maar nog net genoeg verlicht om
zeven meter verderop een grote bruine beer te zien. Hij stond
opgericht, precies voor een splitsing.
“Welke kant voor
je vraag kies je?” vroeg hij. “Links? Of rechts?”
Ik wist het
rationeel niet, en vroeg aan mijn hart wat te doen.
Toen gebeurde er
iets vreemds. Ik steeg op uit mijn lichaam en keek van bovenaf op
mijzelf neer.
Van bovenaf gaf ik
het juiste antwoord aan mijn andere ‘ik’ die nog steeds in de grot
stond:
“Ik wil
rechtdoor.” antwoordde ik. Alhoewel dat logisch gezien een absurd
antwoord was, gaf ik het toch.
De beer knikte
instemmend. “Dat is het enige juiste antwoord. Als je voor links of
rechts had gekozen, was je in een cirkel weer op dit punt uitgekomen,
en zou ik je verdere toegang moeten weigeren.”
Hij draaide zich om
en zei: “Volg mij.”
Vervolgens liepen we
beiden door de muur en kwamen in een prachtig groen gebied vol
struiken, planten en bomen uit. Er heerste daar een vredig gevoel.
In het centrum
aangekomen zei de beer: “Verder mag ik niet. Je moet nu alleen
verder gaan.”
Ik keek om me heen
maar zag in eerste instantie alleen de prachtige natuur. Na zijn
woorden vormde zich onder mijn voeten een cirkel. In die cirkel
daalde ik zachtjes af zonder er invloed op te hebben.
De mooie groene
omgeving verdween. Alle materie verdween. Nee, toch niet. Verderop
zag ik een soort zilveren ‘eilanden’ zweven.
‘Wat is dit nu?”
vroeg ik mij af in gedachten.
Het antwoord kwam
ook in gedachten;
Meteen herkende ik
de diverse stammen, uit een van mijn vorige levens. Iedere stam had
een eiland waarop zij zich bevonden.
Alles was van elkaar
gescheiden en toch waren ze met elkaar verbonden. Als men het zou
willen, dan kon zo naar een ander eiland gaan.
Er heerste alleen
nog maar een gevoel van eenheid. Oude vijanden leefden nu naast en
met elkaar.
Deze schoonheid
overweldigde me.
Heel in de verte zag
ik gouden eilanden schitteren.
“Oh, die zijn
prachtig! Mag ik daar een kijkje nemen?”
Het werd mij
geweigerd. ‘Die eilanden zijn de toekomst. Jij mag die nog niet
zien.’
Vervolgens steeg ik
weer op en kwam weer precies op de plek in de groene oase van rust
terecht.
De beer wist dat ik
mijn antwoord had gekregen, en samen liepen we we weer terug naar de
ingang van de grot.
Daar nam ik afscheid
van mijn krachtdier. Dank je vriend.

Vervolgens werd ik
wakker.