Karl-Heinz Rosch.
Een van de vele namen die er op de Duitse begraafplaats in Ysselsteyn
terug te vinden is. Ruim 32.000 slachtoffers van de zoveelste
onzinnige oorlog.
Als je daar bent,
dan overvalt je een stilte van respect door de enorme aantallen
gedenkstenen gelegen in een glooiend landschap die elk een eigen
verhaal hebben.

Over Ysselsteyn zal
ik nog een artikel schrijven. Hoe ze daar zijn gekomen, en hoe door
de band van oude vijanden later zovele onbekende graven later toch
een naam hebben gekregen.

Karl-Heinz Rosch is
de enige Duitse soldaat uit de tweede wereld oorlog die een
Nederlandse onderscheiding heeft gekregen. Karl was als kind
ongewenst en werd daarom door zijn grootvader opgevoed. Na zijn
eindexamen gymnasium werd hij verlicht om het Duitse leger te dienen.
Karl werd op 17
jarige leeftijd in de omgeving van Goirle gestationeerd om daar een
stuk artillerie te bemannen.
Het echtpaar
Tilsdonk die twee kinderen (Jan en Toos) hadden, hadden een paar
dagen daarvoor in de boerderij een nieuw onderkomen gevonden nadat
hun eigen woning vernietigd was.
Zij wisten te
vertellen dat Karl een rustige jonge man was en als droom had
boswachter te worden.

Op 6 oktober werd
het stuk geschut door de geallieerden aangevallen. Jan en Toos, 4 en
5 jaar speelden zich van geen gevaar bewust samen op de binnenplaats.
De soldaten renden
allen naar het stuk geschut, maar Karl niet. Hij volgde zijn hart en
nam beide kinderen onder de armen om ze samen met hun ouders in de
schuilkelder van de boerderij te brengen.
Daarna rende hij
naar zijn kameraden die al bij het geschut waren. Precies op de plek
onderweg daar naartoe waar de kinderen zojuist nog speelden, werd
Karl getroffen door granaatscherven. Hij was op slag dood. In
november zou hij 18 jaar geworden zijn.

Karl werd daarna
begraven bij de boerderij. In 1947 werd hij herbegraven op de Duitse
begraafplaats in Ysselsteyn. De ouders en de
kinderen overleefden de strijd.
Na de oorlog kon de
grootvader van Karl het graf niet verzorgen omdat deze achter ‘het
ijzeren gordijn’ leefde.

Op 8 oktober 2008
werd in Riel (gemeente Goirle) een bronzen standbeeld geplaatst naar
aanleiding van zijn reddende actie. Er waren zowel voor als
tegenstanders voor dit initiatief.
Het beeld is geheel
betaald door privegelden, omdat de Nederlandse overheid er geen geld
voor zei te hebben. (?)
De gemeente wilde
niet meewerken aan de oprichting en plaatsing van het beeld, en
daarom is het het in de voortuin van een woning aan de dorpsstraat
geplaatst.
Zowel de Duitse als
Nederlandse pers waren getuige van de onthulling, alsmede de twee
halfbroers van Karl Heinz en de geredde kinderen Jan en Toos
Tilsdonk.

De plaquette luidt;

‘KARL-HEINZ
ROSCH
MEISSEN
3 OKTOBER 1926 – GOIRLE 6 OKTOBER 1944
KARL-HEINZ
BEHOEDDE TIJDENS GEALLIEERDE BESCHIETINGEN TWEE GOIRLESE KINDEREN
VOOR DE DOOD.
HIJZELF
KWAM DAARBIJ OM HET LEVEN.
HIJ
IS TIJDELIJK BEGRAVEN GEWEEST OP HET ERF VAN DE BOERDERIJ OP HET
HOOGEIND.
LATER
IS ZIJN STOFFELIJK OVERSCHOT OVERGEBRACHT NAAR
DE
DUITSE OORLOGSBEGRAAFPLAATS IN YSSELSTEYN (LIMBURG)

DIT
BEELD IS EEN EERBETOON AAN HEM EN ALLEN DIE HET GOEDE DOEN IN KWADE
TIJDEN.’

De
laatste zin is dan ook juist datgene waar het om gaat.

Als
iedereen zijn hart werkelijk zou kunnen volgen, zouden oorlogen snel
uitsterven…