Blog Image

Marco Pothuizen blog

Over het blog.

Stukjes vanuit het hart, uit liefde voor de dieren, tegen onrecht of onfatsoen. Soms diepzinnig, een andere keer weer mag het kant noch wal raken. Niets is bedoeld om te kwetsen, maar puur om te vermaken of om over na te denken.

Neem ook eens een kijkje op mijn site.

http://www.marco-pothuizen.nl


Met vriendelijke groet,

Marco

We worden allemaal als atheïst geboren.

Goddelijke (on)zinnigheid. Posted on do, augustus 02, 2018 13:04:23

Wat
hebben alle pas geborenen ter wereld gemeen?

Antwoord;
Ze worden als atheïst geboren.

Heeft
een gelovige volwassene daar wel eens bij stil gestaan?

Vraagt
een kind er om, om vroegtijdig middels een waterrijke zegening
gedoopt te worden?

Vraagt
een kind er om, om vroegtijdig met scherpe voorwerpen te worden
gesneden en te worden besneden?

Toch
gebeurd het. Uit naam van wie dan ook.

Wat
heeft elk geloof voor overeenkomst?

Men
heeft iets of iemand te aanbidden of te volgen. Dat is heerlijk, aangezien alles wat uit naam van een ander gedaan wordt, dan niet
anders als ‘goed gesproken’ kan worden.

Als
atheïst heb ik wetenschappelijk bewijs gevraagd
wat het bestaan van een god (zoals in diverse boeken beschreven) kan
rechtvaardigen. Tot op heden is het antwoord uiteraard achterwege
gebleven, want een kerk, moskee, bijbel, koran of welk ander geschrift dan ook is geen tastbaar bewijs. Het zijn slechts voorwerpen die dienen om een boodschap te rechtvaardigen. Beetje vreemd op zich met miljarden gelovigen zo wereldwijd die in gebreke blijven om dat ene bewijs te leveren, vindt u ook niet?

En
natuurlijk ‘moeten’ gelovigen hun woord verspreidden. Immers het
schapengedrag is de mens niet vreemd. Maar mag ik het dan ook? Uit
naam van alle verstandige atheïsten?

Religie
is ‘doodsoorzaak’ nummer 1 in de wereld. Niet aids, oorlogen, de
pest, kanker, hartkwalen, of wat dan ook. Overigens ben ik blij dat de natuur en de dieren geen enkele vorm van religie hebben. Het zou wat zijn, als konijnen kruistochten gingen houden tegen hun soortgenoten verderop in het bos…
Of dat paarden in de wei de koeien in het naastgelegen perceel proberen te bekeren om niet meer te loeien maar voortaan te hinneken.
Ik trek hieruit dan maar de conclusie dat de dieren gewoon een stuk intelligenter dan de mens zijn…

Amen.



Absolute fabels.

Goddelijke (on)zinnigheid. Posted on do, december 01, 2016 16:25:21

Weet u wat ik zo grappig vind aan diverse verhalen over mensen die van de buitenaardsen afstammen? Zoals bijvoorbeeld de Scandinavische bevolking wordt geacht van de Pleiaden af te stammen? Dat het allemaal totaal onlogisch is.

Ik zal u even vertellen waarom.
Stel dat er een god bestaat die de hemel en de kosmos heeft geschapen met ons als mensenwezens zijn gelijkende voorbeeld.
Waarom heeft ie dan nergens vermeld dat ie stiekem ook bezig was met het creëren van andere rassen op andere planeten die de mensen dan komen bespieden?
Ian Flemming zou verrukt zijn met zo’n script.

Ziet u het al voor u? U besluit als hoogwaardig ontwikkelde technologische beschaving op een andere planeet nakomelingen te settelen. Dan doe je dat toch fatsoenlijk? Dan laat je je vrienden, kennissen en familieleden niet achter in een onherbergzame streek of planeet die hun overlevingskansen decimeert tot bijna nul.
Zo van; “Nou folks, doe je best! Laat zien wat je kan! Wij vertrekken weer met al onze overlevingstechnieken, gereedschappen en kennis.” Bye bye.
Nee, je levert de achterblijvers genoeg voedsel, tools, en informatie over de streek hoe ze daar moeten overleven.

Nergens ter wereld staat er ergens zoiets beschreven.
Waarom zou god overigens andere rassen een enorme voorsprong geven in ontwikkeling en andere weer niet? Heeft ie last van Alzheimer of zo?
“Fuck ja, ik ben er een paar vergeten de laatste 10 miljoen jaar. Oeps….sorry menselijk ras. Maar dat is echt de reden van jullie achterstand.”

Kortom, god is een fabel, en er zijn geen directe afstammelingen van buitenaardsen op de Aarde.
Heeft u een oersterk tegenbewijs, (dus geen broodje aap verhaal a.u.b. van; “Het stáát hier toch?”), dan verneem ik dat graag.

Met ongeloofwaardige en toch zeer vriendelijke groet,

Marco.



Goddelijke onzinnigheid.

Goddelijke (on)zinnigheid. Posted on zo, juli 10, 2016 18:55:32

Toeval. Bestaat het of niet? God. Bestaat zij of niet?

Veel mensen geloven in toeval. En in Haar.

Ehm ja, ik maak er een ‘haar’ van, dat klinkt wat zoeter. Tenslotte weet niemand hoe hun god eruit ziet, omdat niemand haar ooit heeft gezien. Daarom stel ik haar graag voor als een wulpse roodharige met lang krullend haar in een mooi lingerie setje met bijpassende rode naaldhakken.

Och, een man moet toch wat he? Maar, is deze gedachte nu toeval? Of heeft ZIJ mij die ingegeven? Meneer pastoor kon het antwoord niet zo gauw vinden op mijn vraag. Ik vergaf het hem. Tenslotte moet ook hij vergeven worden voor zijn zondige gedachten.

Vanmorgen begaf ik mij op weg naar de supermarkt. Zo eentje die biologische plofkippen verkoopt. AHa, daar gaat al een belletje rinkelen? Normaal houd ik mij altijd netjes aan de snelheid. Vanmorgen niet. Ik reed harder dan doorgaans het geval is. Wat een geluk! Een tegemoetkomende auto verloor zijn lading van de aanhanger, welke tegen de auto achter mij aan klapte. Toeval? Welnee, zou een goddelijke gelovige zeggen. “Dat was god die je behoedde voor schade!”

Goh wat lief van haar. Maar waarom raakte de lading dan de man achter mij?

“Dat weet niemand. Echter alles is in een groots plan opgezet! Van haar!”

Yeah right. Dan ga ik nu gelijk mijn verzekeringen opzeggen. Immers ZIJ beschermt me tegen schade.

Natuurlijk kan ik zo nog wel even doorgaan met voorbeelden van ‘toevallige goddelijke ingrepen’….

Maar laat ik gewoon nuchter blijven…roodharige wulpse godinnen in lingeriesetjes met bijpassende naaldhakken bestaan wèl, echter ze leven gewoon op Aarde en hangen niet met hun gevulde boezem over de rand van een wolkje om mij de hele dag te beschermen.

Mocht ze er ooit zo blijken uit te zien…dan laat ik mij meteen bekeren.



God viert geen verjaardag.

Goddelijke (on)zinnigheid. Posted on zo, november 22, 2015 16:38:10

Dieren vieren geen
verjaardag.
Dat vinden zij
onzin.
Het zou ook een
absurd beeld opleveren. Konijntjes die in het bos elkaar cadeautjes
geven.
Of paarden in de wei
met feesthoedjes op.
Vissen die elkaar
een fles champagne schenken omdat de kuit al is geschoten?

Alleen mensen
blijken een drang naar deze vreemde gewoonte te hebben.
Waarom eigenlijk? Om
het ego te strelen? Want verder heeft zo’n viering totaal geen
waarde.
Eigenlijk is het
gewoon bizar te noemen, zeer zeker omdat god ook geen
verjaardag viert.

Daaruit kan je twee conclusies trekken.
1) god bestaat maar
viert geen verjaardagen, en dus zijn de mensen verdwaald bezig.
2) god bestaat niet,
want geen enkel gelovig mens op de wereld weet wanneer ie jarig is.

Als niet gelovige
sla ik hem daarom in het vervolg maar over.
Lijkt me wel zo
eerlijk. 😉



Een verhaal uit het grote kabouterboek.

Goddelijke (on)zinnigheid. Posted on wo, juli 22, 2015 21:31:42

Aan de rand van de vijver stonden ze
daar samen naast elkaar. Vader en zoon.
Onbewogen, geconcentreerd tuurden ze
naar hun dobbertje waar geen haakje aan zat.
Pa steevast met zijn pijpje scheef in
z`n bek, en zoonlief met de meest gelukzalige domme glimlach die een
kabouter maar tevoorschijn kan toveren.
“Zeg pa” begon zoonlief Bouter,
“vertel me nog eens een verhaal uit het grote kabouterboek.”
-”Ehm, nou vooruit dan maar.
Tenslotte valt de schemering in en kunnen we straks weer gaan
bewegen. De mensen kijken dan niet meer naar ons om. Ik begin
behoorlijk stijf te worden na een dagje voor lul staan hier.”

En zo begon vader Ka na eerst rustig
zijn baard in de fik te hebben gezet in plaats van zijn pijp, aan het
verhaal over een machtige plensbui die de vijver moet hebben doen
overstromen.

“Ooit kreeg een heel belangrijke
kabouter die Haon heette een opdracht van een stem die hij in zijn
hoofd hoorde. Haon woonde ergens in het godvergeten Midden-Oosten.
‘Verzamel van alle dieren van deze
planeet een paartje en bouw een grote boot, want er zal een flinke
plensbui aan komen.’
galmde het
tussen zijn oren.
“Krijg nou de
tyfus.” mompelde hij.
Zijn vriend Kra en
al jaren met èèn been op een stuk stronk geposteerd was, keek hem
vreemd aan. Het kostte hem een barst in zijn nek.
“Wat zeg je nu?”
vroeg hij Haon.
“Hoezo man !! Heb
je het niet gehoord dan? We moeten een boot gaan bouwen en dieren
gaan verzamelen!”
Kra dacht er het
zijne van, want hij hoorde niemand en niks, behalve een paar blatende
stinkende schapen verderop. “Heb je soms weer paddo`s gelikt Haon?
Want dit komt erg psychotisch over.
Kabouter Sezom
hoorde laatst na het nuttigen van paddestoelen een brandende
bramenstruik tegen hem praten. Je zou het neveneffect van dit soort
voedsel toch onderhand moeten weten.”
Haon keek nors
terug en antwoordde: “Bekijk het dan maar. Dan doe ik alles wel
alleen. Ik trek de wijde wereld in en ga van alle soorten twee stuks
verzamelen. Knageroes uit Aastralia en wilde tijgers uit Aferika.”
“Je bedoeld
kangoeroes uit Australië, en tijgers uit Afrika.” verbeterde Kra
hem. “En waar wil je al het hout vandaan halen? We zitten hier in
een woestijn man! Iedere dag volop in de zon. Hoe wil je alles te
drinken geven? En te eten?”
“Bah jij weet ook
alles beter he? Blijf hier maar zitten!” antwoordde Haon licht
verhit.

Zo begon Haon aan
zijn missie die een goede zonnesteek waardig was. Want de arme
stakker besefte niet dat hij door de vele uren in de zon een lichte
beschadiging had opgelopen in zijn bovenkamer.
‘Eigen schuld’
dacht Kra nog. ‘Had je je puntmutsje maar niet moeten ruilen tegen
een keppeltje.’

Dagenlang zag Kra
vanaf de hoge berg met zijn ene been hoe zijn vriend Haon verbeten
bezig was met de jacht op konijntjes. Zelfs een paartje van de
guitige flaporen kreeg hij niet bijeen.
Maar na drie
maanden werd Kra abrupt uit zijn middagdutje gewekt door een enorme
overwinningskreet die tussen de bergwanden galmde. Tarzan zou er
jaloers op zijn geweest. Haon was er in geslaagd om er twee in te
vangen. Helaas bleken het beiden hoog bejaarde mannetjes te zijn…
`Nondejuuuuuuu!!!!´
tierde het vanuit het dal toen Haon hun leutertjes eronder zag
bungelen.
Kra deed alsof hij
niets hoorde en zag.
‘Nog maar een paar
duizend soorten te gaan Haon’ grinnikte hij.

Haon kreeg
uiteindelijk hulp van kabouter Saduj en Dog. Kabouter Dog bood aan om
vanaf de heuvel de operatie in goede banen te leiden. Immers, hij had
van bovenaf een goed zicht op alles wat er beneden liep. Dog voelde
zich altijd goed in zijn vel, zolang hij maar hoog zat. Daar kon hij
in alle rust ook wat aan zijn gruwelijke dialect doen, aangezien
bijna niemand hem kon verstaan.
Die dag waren de
schapen aan de beurt.
Noah en Saduj samen
als een team, dreven de schapen op en zetten de achtervolging in.
Weer greep Hoan
voor de zoveelste keer mis. Slechts een pluk wol in zijn knuistjes
was de oogst.
“Waar is ie
heen?” schreeuwde Saduj naar boven.
Dog gaf meteen
respons: ”Jó dah liet ie!” [vertaald; kijk daar loopt hij]
Maar dat hoorden de
beide kabouters beneden niet. Zij hoorden; ‘Jo-de-la-hi-ti’.
Nu weten we dus wie
het jodelen heeft uitgevonden. Niet die rare menswezens, maar wij!
Het kaboutervolk.

Maandenlang deed
Haon zijn best om wat diersoorten te verzamelen. Tot hij het op een
dag zat was.
“Dit moet wel
genoeg zijn. Tenslotte moet ik ook nog een bootje gaan bouwen.”

Als door een
godswonder kwam er ineens een grote kist uit de hemel vallen.
Tenminste, zo leek het. Het was echter de kist van een mensen man.
Hij kreeg van zijn vrouw Airam te horen dat ze door een goddelijke
ingreep ineens zwanger was geworden. Woedend gooide hij het ding in
haar richting, omdat hijzelf een jaar op zakenreis was geweest.
“Hallelujaaaa!”
riep Hoan na weer een teug uit de karaf met wijn te hebben genomen,
en zeer verheugd was met zijn toegeworpen boot.
“Hallelujaaaa!”
riep Airam terwijl ze vroom haar handjes ophield naar de hemel.

Hoan begon de dag
er op alle paartjes van konijntjes, schildpadden, slangen, hagedisjes
en twee lammetjes (aangezien de schapen te snel waren) in de kist te
proppen.
“Zo!” zei hij
heel voldaan, toen de kist netjes in het vijvertje bleef dreven en
niet meteen naar de bodem zonk. “Opdracht uitgevoerd!”
Ondertussen wachtte hij op een antwoord dat nooit zou komen. ‘Tijd
voor een goede paddo! Wellicht ga ik dan weer meer horen.’ dacht hij
stilletjes.
Het begon langzaam
te regenen. Daarna steeds harder en harder. Snel sprong hij in zijn
kistje met dieren. De slangen waren inmiddels aan hun
konijnenmaaltijd begonnen.

Haon kwam een paar
dagen later weer bij op de kabouterintensivecare.
“Echt jongen…nu
moet je maar eens wat gezonder gaan leven hoor.” zei de arts. “Je
weet dat kabouters alleen maar biologisch voedsel mogen nuttigen
vanwege hun gestel. Ik raad je aan om daar per direct mee te
beginnen. Anders laat ik ‘made in China’ op je zolen graveren.”
Nou, dat was wel
bijna haast het meest erge wat een kabouter kan overkomen.
Hoan zwoer
beterschap, werd vegetariër en at alleen nog maar gezond biologisch
voedsel vanaf die dag.

“En zo komt het
mijn jongen.” eindigde vader Ka tegen zijn zoon Bouter, “Dat we
alleen nog maar gezonde dingen eten, en de dieren en de natuur
respecteren.”

—Einde—

-p.s. – Alle
overeenkomsten met bijbelse verhalen berusten puur op toevalligheid



God lacht me uit…en ik haar…

Goddelijke (on)zinnigheid. Posted on zo, juli 05, 2015 18:48:24

Laatst sprak met een man wiens vriendin
zeer gelovig te noemen is. Hij volgt haar braaf in het geloof, zoals
een partner dat volgens haar ook dient te doen.
Als overtuigt atheïst hebben we dan
ook leuke gesprekken waarin argumenten als in een soort strategisch
spel bedachtzaam naar voren worden geschoven, zonder respectloos te
zijn naar elkaar.
Deze keer maakte ik het `m wat
moeilijker. Na een schijnaanval viel ik pardoes zijn flank aan.

“Als ik een een kind zie dat huilt,
dan troost ik het.”
-”Ja dat doe ik ook.” zei
hij.
“Als ik iemand zie die honger heeft,
dan deel ik mijn voedsel.”
-”Ja dat doe ik ook.”
beaamde hij.
“Als ik iemand zie die dorst heeft,
dan geef ik hem te drinken.”
-”Absoluut!” antwoordde hij.
-”Als ik iemand in nood zie, dan zal
ik proberen te helpen.”
-”Ook ik zal mijn best doen.”
zo verzekerde hij.
“Als ik een zwerver zie die zit te
bedelen, dan geef ik altijd iets.”
-”Een gelovige zal ook delen.”
lachte hij.

“Ah, mag ik daar dan een conclusie
uittrekken? Dat ìk als atheïst dat vanuit mijn hart doe, terwijl
jullie gelovigen daar een geschreven handleiding voor nodig hebben?
Het komt er dus op neer dat jullie puur vanuit je ratio een religie
volgen, omdat jullie je hart niet weten te bereiken.”

Hij keek me even verward aan. Daarna
kwam er een onderdrukte glimlach op zijn gezicht.
Nu kwam mijn tactische flankaanval aan
de beurt.
“Verklaar mij eens het volgende
a.u.b.; Volgens de geschriften is alles door god geschapen.
De Aarde, haar voedselbronnen, het
water, haar brandstoffen, en materialen voor onderdak.
Maar waarom betalen jullie gelovigen
dan belasting daarover? Staat er ergens geschreven dat dat moet?”
Volgens mij nergens…in geen enkel
geschrift van welk geloof dan ook.
Het zou voor mij belasting technisch
gezien beter zijn om een gelovige te worden.

Gekscherend voegde ik er aan toe: “God
schenkt onvoorwaardelijke liefde toch? Misschien zijn de mensen
vergeten haar daar voor te betalen? En hebben we daarom oorlogen op
Aarde. Maar ik kan jullie redden hoor. Doneer daarom allemaal massaal
op postbus GOD (mijn rekeningnummer uiteraard).

-”Deze argumenten zal ik eens mijn
vriendin voordragen.”
lachte hij.